Belonen van kwaliteit antwoord op kostenstijging in de zorg

Amsterdam, 9 augustus 2012 – Jaarlijks nemen de zorgkosten in Nederland al vele jaren met ca. 5% toe. De stelselherziening 2006 heeft ertoe geleid dat de wachtlijsten grotendeels zijn weggewerkt en weggebleven en dat de prijzen van behandelingen zijn gedaald. Maar het aantal behandelingen stijgt dermate sterk dat de zorgkosten toch toenemen. Het gevolg is dat de zorgkosten sneller toenemen dan de overheidsinkomsten en dan de gemiddelde koopkracht. Als we niets doen moet de overheid al snel hard in het pakket gaan snoeien of eigen de eigen bijdrage fors vergroten. De zorg kan dan niet meer voor iedereen toegankelijk blijven. Uit een studie van management consultancy firma Booz & Company blijkt dat de jaarlijkse groei van de zorgkosten fors kan worden verlaagd door in te zetten op kwaliteit. Door kwaliteit te belonen en leidend te laten zijn bij de organisatie van de zorg kunnen behandelingen en complicaties worden voorkomen. Het gaat dan o.a. om het terugdringen van onnodige verrichtingen en het voorkomen van complicaties.

Patiënten kunnen beter geholpen worden en de kosten zullen afnemen
In de publicatie‘Kwaliteit als medicijn’ van Booz & Company is verkend wat de gevolgen zijn als zorgkwaliteit bij de financiering en de organisatie van de zorg leidend wordt. De conclusie is dat onnodige behandelingen en veel complicaties kunnen worden voorkomen zodat de jaarlijkse groei van de zorgkosten sterk afneemt en de zorgkwaliteit aanzienlijk toeneemt. Onze inschatting is dat er potentie is om € 4 tot 8 miljard van de naar schatting € 30 miljard uitgaven in de curatieve zorg is te besparen door kwaliteitsinitiatieven te stimuleren en in te en voeren. Met een systematische gezamenlijke focus op betere zorg en het elimineren van onnodige zorg kan de kostenstijging structureel fors worden afgebogen.

Betalen voor kwaliteit in plaats van het aantal behandelingen
Om kwaliteitsverbetering te realiseren moeten zorgverleners niet alleen betaald worden voor het aantal verrichtingen, maar ook voor kwaliteit. Dat betekent dat er ook wordt betaald voor het voorkomen van onnodige en vermijdbare zorg. Zorgverleners moeten gestimuleerd worden om zelf kwaliteitsinitiatieven te definiëren, en dienen daarvoor ook beloond te worden. ‘Zo zou een specialist betaald moeten worden voor de tijd die nodig is om een patiënt voor te lichten over de voor en nadelen van operaties en behandelingen in plaats van alleen te betalen voor het aantal behandelingen’, aldus Ab Klink, hoofd van de zorgpraktijk van Booz & Company: ‘Hierdoor kunnen samen met de patiënt goede afwegingen worden gemaakt waardoor ongewenste behandelingen, onnodige doorverwijzingen en onnodige onderzoeken worden voorkomen’. Een ander kwaliteitsaspect is het bevorderen van therapietrouw. Bijvoorbeeld patiënten die hun pillen niet nemen creëren hogere kosten. Apothekers worden momenteel nog overwegend betaald om medicijnen te verkopen, niet om toe te zien op het gebruik ervan. Ook die prikkel moet veranderen. Door het belonen van medicatieveiligheid en therapietrouw en een goede samenwerking met ziekenhuizen te realiseren kunnen apothekers complicaties en ziekenhuisopnames voorkomen. Investeren in kwaliteit brengt zo lagere kosten met zich mee. Hetzelfde geldt voor een goede ketenzorg door huisartsen.

Besparingen kunnen terug naar behandelaars en patiënten
Nederlandse zorgverleners hebben een passie voor kwaliteit en weten als geen ander waar de zorg verbeterd kan worden en waar de ruimte zit voor het voorkomen van onnodige zorg. Door efficiency- en productiedruk, ontbreekt het hen echter meestal aan voldoende tijd hiervoor. De besparingen die mogelijk zijn door het vermijden van complicaties en onnodige behandelingen kunnen voor een deel teruggegeven worden aan de behandelaars, waardoor er ruimte komt voor nieuwe kwaliteitsinitiatieven en nog meer besparingen.

Zorgverleners definiëren kwaliteitsinitiatieven
Onze aanpak wordt ondersteund door prominente vertegenwoordigers van de zorgaanbieders. De aanpak behelst een aanbod aan zorgverzekeraars om systematisch te gaan betalen voor kwaliteitsinitiatieven die worden gedefinieerd door zorgverleners. Zo kan niet alleen overbehandeling worden voorkomen, ook kan de samenwerking tussen huisartsen en ziekenhuizen worden bevorderd. Een deel van de behandelingen, met name chronische en ouderenzorg, kan worden verplaatst van ziekenhuizen naar de eerste lijn. Zo kan het werken aan therapietrouw en aan (medicatie)veiligheid complicaties en ziekenhuisopnames voorkomen en daarmee kosten besparen.

Competitie dient niet te gaan om prijs en efficiëntie maar om kwaliteit
Zorgverzekeraars zouden niet alleen anders en meer voor kwaliteit kunnen gaan betalen, maar ook de samenwerking tussen verschillende (groepen) zorgverleners bevorderen. Het werken aan kwaliteit door zorgaanbieders kan niet vrijblijvend zijn. Er moeten resultaten worden geboekt, die ook leiden tot minder volume en een vermindering van de (ziekenhuis) capaciteit. Zorgverzekeraars en huisartsen kunnen daaraan een flinke bijdrage leveren, door bij hun respectievelijke inkoop en verwijzingen de voorkeur te geven aan kwaliteitsziekenhuizen. ‘Dan haal je capaciteit en volume weg bij die zorginstellingen die niet voor kwaliteit maar voor omzet gaan’, zegt Klink: ‘kwaliteitsziekenhuizen en samenwerkingsverbanden die complicaties en overbehandeling voorkomen worden daarvoor beloond. Het stimuleren van kwaliteit en het verminderen van de zorgkosten gaan dan hand in hand.’

De geschetste aanbevelingen in de publicatie ‘Kwaliteit als medicijn’ worden ondersteund door en zijn mede tot stand gekomen in gesprekken met:

  • Prof. dr. B. Berden (voorzitter Raad van Bestuur Elisabethziekenhuis Tilburg)
  • P. Bennemeer, (Raad van Bestuur Bernhovenziekenhuis in Oss)
  • Prof. dr. F. Breedveld (voorzitter Raad van Bestuur LUMC Leiden)
  • P.H.E.M. de Kort (voorzitter Raad van Bestuur Rivas zorggroep)
  • Prof. dr. M. Levi (voorzitter Raad van Bestuur AMC Amsterdam)
  • E. Lommerde (algemeen directeur NovoNordisk Nederland, mede naar aanleiding van het Booz & Company rapport voor Novo Nordisk over diabeteszorg in Nederland)
  • B. Meijman (tevens als voorzitter van de Huisartsenkring Amsterdam)
  • N. Moleman en R.F. Mann (medisch specialisten en oprichters MoleMann Mental Health waarbij het thema vele malencentraal stond tijdens hun ZorgLab-diners)
  • Drs. M.J. van Rijn (bestuursvoorzitter PGGM en oud-DG Ministerie van VWS)
  • Dr. J. van der Schoot (voorzitter Raad van Bestuur Lucas Andreasziekenhuis Amsterdam)
  • B. Wymenga (voorzitter Raad van Bestuur Rivierenlandziekenhuis Tiel, voorzitter Stichting Algemene Ziekenhuizen)