2009-6-11
Overschot wereldwijde gasmarkten kan tot 15% oplopen

Door de wereldwijde recessie zal de vraag naar gas voor het eerst in de geschiedenis van de internationale gasmarkten dalen.

Door het huidige economische klimaat is de kans groot dat de gasmarkten wereldwijd ingrijpend zullen veranderen. Door de negatieve groei van de industriële productie in met name de ontwikkelde landen zal de wereldwijde vraag naar aardgas voor het eerst in de geschiedenis van de internationale gasmarkten in 2009 en ook in 2010 afnemen. De marktvraag kan hierdoor mogelijk een terugslag van bijna 10 jaar oplopen. Dit is een van de bevindingen van het jaarlijkse rapport van Booz & Company over de ontwikkelingen op de internationale gasmarkten: ‘An Unprecedented Market. How the recession is changing global gas markets’. In combinatie met nieuwe infrastructurele projecten voor de export van aardgas die in ontwikkeling zijn zal er een overschot van 5 tot 15% ontstaan. Voor Nederland betekent een sterk afgenomen vraag een afname van de aardgasbaten en een mogelijke vertraging van de ontwikkeling van de gasrotonde.

Terugslag in wereldwijde gasmarkten kan tot 10 jaar oplopen
Vanaf het begin van ontwikkeling van de internationale gasmarkten in de 60er jaren van de vorige eeuw is gas een uiterst gewilde brandstof waarvan de verkoopvolumes tussen 1965 en 2007 jaarlijks gemiddeld met 4% toenamen. Voor de recessie voorspelden analisten dat de wereldwijde vraag naar gas in de komende jaren gestaag jaarlijks met 2% zou groeien, bijna het dubbele van de vraag naar olie. De vraag naar gas is sterk gecorreleerd met de ontwikkeling van de industriële productie in de ontwikkelde landen. De economische recessie, die gepaard gaat met een sterk verminderde vraag naar industriële goederen in de ontwikkelde landen, zal een significante reductie in de vraag naar gas in 2009 en waarschijnlijk ook in 2010 veroorzaken, een effect dat voor het eerst in de geschiedenis van de internationale gasmarkten optreedt. Met name de vraag naar goederen uit energie-intensieve industrieën zal volgens analisten aanzienlijk verminderen: zo zal de productie van auto’s waarschijnlijk dit jaar met 25% afnemen, en de productie van de chemische industrie, die de basis vormt van vele waardeketens, zal met eenzelfde percentage verminderen. De reductie van de vraag naar staal zal naar verwachting zelfs zo’n 30% in Europa en de Verenigde Staten zijn: ‘Dit is een ongekende situatie voor de aardgasmarkten want een vermindering van de wereldwijde vraag zal de markt jarenlang terugzetten’, aldus Otto Waterlander, vice president bij management consultancy Booz & Company.

Overschot houdt aan tot ver in het volgende decennium
De gevolgen van deze nieuwe situatie op de internationale gasmarkten kunnen voor aanbieders en afnemers ingrijpend zijn. Door de nieuwe onzekerheid over de vraag naar gas en een de afgenomen toegang tot projectfinanciering is een aanzienlijk aantal nieuwe infrastructurele ontwikkelingsprojecten afgeblazen of uitgesteld. Zo zijn een aantal projecten voor installaties voor het vloeibaar maken van gas in Rusland en Bolivia, en projecten in Iran, Nigeria, Australië, Egypte en Trinidad en Tobago in afwachting van een uiteindelijke beslissing. Op basis van de marktvooruitzichten van voor de recessie is echter een aantal infrastructurele projecten voor de gasexport reeds gestart en in aanbouw, zoals nieuwe LNG-terminals, pijpleidingen en verhoogde productie van gas uit onconventionele bronnen in Noord-Amerika. Op basis van deze ontwikkelingen verwacht Booz & Company dat de balans tussen aanbod en vraag op de wereldwijde gasmarkten zal omslaan naar een overschot van 5 tot 15% dat zeker tot in het midden van het volgende decennium zal voortduren.

Stimulans voor grote exporteurs om samen te werken
De risico’s van overschot zijn onder meer neerwaartse prijsdruk en mogelijk zelfs veranderingen in de prijsstructuren, zoals ontkoppeling van de olieprijs. Dit zou een grote stimulans voor samenwerking kunnen zijn tussen de grootste gasexporteurs zoals Rusland, Noorwegen, Algerije en Qatar om de marktkwaliteit te handhaven. Bovendien zal door de verminderde vraag de winst onder druk komen te staan als afnemers zullen proberen om hun contracten te heronderhandelen. De grote nationale gas- en oliemaatschappijen zoals Gazprom in Rusland, Statoil in Noorwegen en, Sonatrach in Algerije en Qatar zouden moeten overwegen wat de gevolgen zijn van productievermindering en hun projectportfolio’s moeten afstemmen op de nieuwe marktomstandigheden. Anderzijds kunnen ze nu profiteren van kostenreducties voor aannemers, boorinstallaties en materialen. Andere opties die overwogen kunnen worden zijn geografische swaps met andere spelers om logistieke kosten te optimaliseren, en uitbreiding van hun competenties door gespecialiseerde bedrijven over te nemen die in waarde zijn gedaald.

Kopers zouden kunnen samenwerken voor toegang tot nieuwe bronnen en profiteren van lagere prijzen
Gasimporteurs en andere afnemers kunnen de situatie aangrijpen om heronderhandelingen te starten over prijzen en andere contractvoorwaarden. Bovendien kunnen ze hun voordeel doen met de lagere prijzen op de spotmarkten. Hierbij moeten zij wel opletten dat ze hun relaties met de exporteurs niet op het spel zetten, want die blijven belangrijk op de lange termijn. Afnemers zouden de samenstelling van hun aankoopportefeuilles kunnen heroverwegen, en bijvoorbeeld mogelijke samenwerkingen met andere importeurs aangaan bijvoorbeeld om toegang tot nieuwe leveranciers te verkrijgen, risico’s te delen en te profiteren van het feit dat bedrijven minder waard zijn, door bijvoorbeeld zelf gasvelden te kopen. Grote olie- en gasbedrijven kunnen ondertussen profiteren van hun internationale portfolio’s aan gasprojecten.

Waardecreatie in van LNG-projecten zal verschuiven van volume naar opties
De grootste risico’s voor bedrijven die infrastructuur ontwikkelen is de verminderde winstgevendheid van hun projecten en verminderde toegang tot projecfinanciering. Klanten die potentieel capaciteit zouden afnemen bij nieuwe infrastructuur voor LNG of via pijplijnen zouden hun besluiten kunnen uitstellen in deze onzekere tijd waardoor de timing en financiering in de knel kunnen komen. Bovendien kunnen businessmodellen veranderen omdat de waardecreatie in de omzetting van vloeibaar LNG naar gas mogelijk kan verschuiven. En wel van volumebasis, waarbij bedrijven proberen alle capaciteit in de langetermijncontracten te verkopen, naar een model op basis van opties waarbij deze bedrijven op meerdere locaties capaciteit zelf aanhouden en zodoende kunnen profiteren van prijsverschillen op verschillende locaties. Tegelijkertijd kunnen bedrijven die infrastructuur ontwikkelen hun projectkosten verminderen door te profiteren van lagere prijzen voor materialen, arbeid en constructie.

Nederlandse infrastructurele investeringen mogelijk vertraagd
Voor Nederland zal de afgenomen vraag naar gas een vermindering van de productie, verkoop en export van aardgas betekenen, wat negatieve gevolgen kan hebben voor de Nederlandse aardgasbaten. Daarnaast zullen diegenen die zich bezighouden met belangrijke investeringen in infrastructurele projecten met deze nieuwe realiteit rekening moeten houden, aldus Waterlander: ‘Door de huidige situatie zal het moeilijker worden om infrastructurele projecten, zoals LNG-terminals en opslag op de korte termijn te realiseren. Dit zou vertraging kunnen betekenen van de ontwikkeling van de gasrotonde. Wij adviseren kopers actief de nieuwe mogelijkheden van het verkrijgen van gas op de spotmarkt te bekijken of zelfs de huidige situatie aan te grijpen om gas via pijpleidingen of LNG-voorraden contractueel voor de lange termijn te zeker te stellen. Voor het Nederlandse gas zou dat concurrentie kunnen betekenen en mogelijk nog minder inkomsten voor de Nederlandse overheid.’